Noord- en Oost Nederland.
Griend
De Pastoor van Griend, heer Jarich, vond dit maar een kwalijke ontwikkeling. Toen Jarich dan ook de volgende abt van Mariëngaarde werd, sloot hij de school op Griend en was het dus afgelopen met het veel te wereldse onderwijs. Dit alles vond plaats in 1238 en betekende een groot verlies voor het stadje.
Het verdronken Reiderland
Hij (Keno ten Broeke) had blijkbaar het idee dat hij zijn wrede gedrag tegen de moslims gewoon kon doorzetten bij de Reiderlanders. Dezen pikten dat echter niet en weigerden hem te gehoorzamen. Als straf voor hun ongehoorzaamheid liet hij enkele sluisdeuren uit de dijken halen en verbranden. Ook liet hij enkele dijken doorsteken. De bedoeling was dat de landerijen en de dorpen van de inwoners zouden overstromen en dat zou ze dan wel leren!
Verdwenen Friese handelssteden
Toch wilden de Friezen voor de Scandinaviërs niet onder doen. Na een aanval in 797 trokken de steden Stavoren, Ezonstad en Dokkum gezamenlijk met een vloot naar Jutland en kwamen met een forse buit terug. Ook een aanval in 807 werd door de Staverense en Ezonstedelijke oorlogsvloot gezamenlijk afgeslagen. Helaas voor Ezonstad kwamen de woestelingen na twee jaar weer terug en de stad had dit keer zijn wacht niet op orde. Het gevolg was dat de hele plaats in brand werd gestoken uitgezonderd 24 huizen die harde daken hadden (in plaats van stro)
Peelo
In de daarop volgende eeuwen was er weer een verandering merkbaar. Het hele plaatsje "wandelde" langzaam naar het westen en wel van een plaats vlak ten noorden van het huidige Assen naar een gebied aan de westkant van de Drentse hoofdstad. Aan het eind van de Romeinse tijd was het al zo'n 500 meter opgeschoven. Er kwam in die tijd ook een "smederij" in het dorpje aangezien men de resten van een ijzeroventje heeft gevonden.
Beulake
Het Beulakerpad met de bebouwing aan weerszijden was zo rond 1740 een smal stuk land geworden in een enorme grote plas met water. En zelfs dat pad was hier en daar doorgebroken zodat vooral 's winters een normaal dorpsleven niet meer mogelijk was. Kinderen gingen niet meer naar school, het kerkbezoek werd ernstig belemmerd en de baker kon niet meer op tijd bij een bevalling komen. Dominee van der Meulen meldde aan de drost van het Land van Vollenhove dat hij zijn verplichtingen als predikant niet meer na kon komen.
Schokland
Aan de oostzijde werd het land beschermd door een rij palen. Deze palen waren via steunbalken verbonden met ingeheide palen op het land om het geheel voldoende stevigheid te geven. Over die steunbalken liep, vlak achter de palenrij, een loopplank. Deze loopplank was de enige verbindingsweg tussen de dorpen. Hier hield men tenminste droge voeten ook al was de rest van het land overstroomd. De plank was zo smal dat wanneer twee mensen elkaar tegen kwamen, ze elkaar bij de schouders pakten, schuifelend om elkaar heen draaiden, om daarna hun weg te vervolgen. De meeste palen werden door de paalworm sterk aangevreten en moesten dus regelmatig worden vervangen.
Drie verdronken Gelderse dorpen
Ook het kerkhof is door het woeste water van de rivier weggeslagen. Dominee Balthasar de Five, die toen predikant in Herwen was, schreef daar het volgende over: "Er waren dese en geene dootkisten, lijcken als beenderen van het kerkhoff uijtgespoelt en wegh gedreven. De dooden door de woede des strooms naa binnen uit de graven gedreven werden in de meenigte els- en hooge doornenheggen met aaken opgevischt en op de nog land houdende kerkhoven weederom zoo spoedig doenlijk ter aarde bestelt". Tegelijk met de pastorie werd ook de kosterij afgebroken. De kosterij omvatte tevens het schooltje aangezien de koster automatisch ook schoolmeester was. Inmiddels hadden ook de meeste huiseigenaren hun onderkomens gesloopt of laten slopen.
Dorestad
Onder het motto: "if you can't beat them, join them" heeft hij de stad zelfs in leen gegeven aan de twee Deense prinsen Harald en Rorik. Hij verwachtte dat daardoor de plundertochten wel zouden stoppen. De Denen dus aan de macht in Dorestad! Helaas hielp ook dat niet. De Vikingen hadden weinig respect voor hun eigen prinsen want de invallen bleven doorgaan.
Voormalige dorpen in het gebied van het Haarlemmermeer
Toen het de bezetters in 1573 voor het eerst niet gelukt was om een stad te heroveren -bij Alkmaar begint de victorie- trokken de zwaar teleurgestelde en gefrusteerde Spanjaarden naar het zuiden om te proberen Leiden terug te winnen. In de winter van 1573/1574 trokken ze al plunderend en brandstichtend over het platteland van Noord- en Zuid-Holland. Eén van de dorpjes die eerst geplunderd en daarna in brand werd gestoken, was Vijfhuizen.
Schoot
Aan de noordkant van het dorp werd in de enige verbindingsweg een geheel vervallen en daardoor onbruikbare brug aangetroffen. Over deze brug werden gewoonlijk de doden naar de kerk in het naburige Nieuwveen gebracht. Dit was nu niet meer mogelijk. Ook de weg zelf stond op het punt om te bezwijken. Nog vele andere erbarmelijke toestanden werden in het eindrapport aan de kaak gesteld.
Sinte Philipslandt
De aannemer zag de bui al hangen dat het werk gestopt moest worden als hier ruchtbaarheid aan zou worden gegeven en wist dan ook niet hoe snel hij al deze resten onder het dijklichaam moest stoppen. Toch werd dit alles door een amateur-archeoloog opgemerkt die alles wat hij heeft gezien later desgevraagd op schrift heeft gesteld. Eén doodshoofd heeft hij nog weten te redden en vervolgens aangeboden aan een wethouder van de gemeente.
Reimerswaal
De situatie leek hopeloos maar toch wilde het stadsbestuur nog een ultieme poging wagen het tij te keren. Daartoe schreef het een smeekschrift naar het landsbestuur voor financiële en andere hulp om de stad van de ondergang te redden. Het antwoord was dodelijk. De stad moest zich zelf maar zien te redden zoals zij dacht dat het beste voor haar was. Reimerswaal was officieel opgegeven!
Oudeman (Waterland)
Op 25 november van dat jaar (1668) was de eredienst net begonnen toen acht vermomde en gewapende personen de kerk binnendrongen en zoveel mogelijk mensen verwondden en mishandelden. Daarna begonnen ze in te hakken op de predikant, sleurden hem van de preekstoel, bleven hem mishandelen en scheurden zijn kleren van het lijf.
Hildernisse
Opmerkelijk was dat het dorp constant overhoop lag met zijn buren, waaronder het klooster Emmaus, over de kosten van het dijkonderhoud. Alles wat men kon afschuiven op anderen was meegenomen. Korte termijn eigenbelang prevaleerde boven echte veiligheid. Men ontbeerde nog een sterk centraal gezag dat verplichtingen kon opleggen en ook afdwingen.
Coriovallum
Tenslotte was er dan nog Sattonius Iucundus die bij de gebruikers van het badhuis in groot aanzien stond omdat hij met eigen middelen het hele thermengebouw had laten herstellen nadat het in verval was geraakt. Sattonius ging er echter in het geheel niet prat op, hij had slechts zijn gelofte aan de godin Fortuna Redux ingelost.

Deel 1